Volleybal agenda

Scheidsrechterstaken

Hieronder een overzicht van de belangrijkste taken die een scheidsrechter voor-, tijdens- en na de wedstrijd uit moet voeren.

Taken scheidsrechter

Voor de wedstrijd

  • Laat de zaaldienst weten dat je er bent. Moet je zelf eerst spelen en pas daarna fluiten, meld je dan even vóór jouw wedstrijd, anders wordt de zaaldienst ongerust dat er een scheidsrechter niet komt opdagen.
  • Check 10 minuten voor de aanvangstijd of beide teams het wedstrijdformulier (digitaal DWF of papier) ingevuld hebben.
  • Controleer de spelerskaarten aan de hand van het (digitale) wedstrijdformulier.
    Bij DWF: zet een vinkje achter de speler in het vakje ID akkoord.
    Als er een kaart ontbreekt, moet de betreffende speler zich legitimeren met een identiteitsbewijs, paspoort of rijbewijs. De geboortedatum moet op het wedstrijdformulier ingevuld worden.
  • Check of de handtekeningen van aanvoerders en coaches op het formulier staan (niet van toepassing bij DWF)
  • Vul als official je eigen naam en relatiecode in. Dit geldt zowel voor papier als DWF.
  • Controleer het net: nethoogte in het midden en aan beide uiteinden bij de heren op 2.43m. en bij de dames op 2.24m. , antennehoes boven de zijlijn, antennes aan de buitenzijde.
  • De bezoekende ploeg mag voor de wedstrijd zaalkant of beginnen met serveren kiezen. 
  • Wijs de speelbal aan. Het thuisspelende team doet daar een voorstel over.
    De tegenpartij mag iets vinden van de aangeboden bal, maar mag die niet afwijzen als jij hem goedkeurt. Houd de speelbal bij je.
  • Laat als je de officiële begintijd niet haalt, verkort inspelen: 3 minuten overspelen, 3 minuten inslaan, 2 minuten serveren.
  • Fluit hard en duidelijk om het einde van het inspelen aan te geven.
  • Klim na het inspelen op de stoel met speelbal en horloge.
  • Laat met een fluitsignaal zonder een handgebaar de teams hoogstens 2 minuten later naar het net komen om elkaar een prettige wedstrijd te wensen.
    Daarna gaan de teams van het veld af , bespreken de laatste instructies en komen dan naar de zijlijn. Naast de zijlijn verzamelen.
  • Laat met een fluitsignaal zonder een handgebaar beide teams het veld betreden.
  • Laat de teller of de coach van het thuisspelende team de opstellingen noteren van de teams, in de service volgorde, te beginnen met de rechtsachter.
    Bij DWF Resultaat bijhouden wordt er geen opstelling genoteerd. Hierbij wordt op een kladbriefje  gedurende de wedstrijd bijgehouden of alle spelers ook daadwerkelijk gespeeld hebben.
  • De coach of aanvoerder vult de begintijd van de wedstrijd in. (niet van toepassing bij DWF)
  • Vraag als de aanvoerder niet in het veld staat, wie die taak overneemt.

Tijdens de wedstrijd

  • Vraag voor het begin van een set aan de aanvoerders van beide teams of ze klaar zijn. Kijk daarna zelf voor elke service of beide teams klaar staan.
  • Fluit eerst voor de service en beweeg dan je arm van de achterlijn over het net.
  • Fluit direct als er iets fout gaat, zelfs als je nog niet weet wat je zult beslissen.
  • Wijs eerst naar de kant van de ploeg die het punt krijgt en geef daarna aan wat de fout was.
  • Geef een dubbelfout als je het niet zeker weet.
  • Geef het teken voor een time-out – wanneer een coach of een aanvoerder die heeft aangevraagd – als de bal bij het veld is.
    Een time-out duurt 30 seconden. Maximaal 2 time-outs per team per set.
  • Geef tussen de sets een pauze van 3 minuten. Minder mag als de tijd dringt of beide teams eerder willen hervatten.
  • Wissels. Ongeacht het aantal wisselspelers heeft ieder team altijd recht op zes wissels per set. Een wisselspeler mag meerdere keren gewisseld worden voor een veldspeler. De veldspeler moet wel weer terugkeren in het veld voor de wisselspeler die hem vervangen heeft .
    Uitzondering: Voor A-, B- en C-jeugd 1e en 2e klasse geldt deze (gewijzigde) regel niet. Bi hen mag een een wisselspeler slechts éénmaal per set op de plaats van een speler uit de basisopstelling worden ingezet. Hij kan dan alleen door diezelfde speler uit de basisopstelling worden vervangen. 
  • Meld het aan de aanvoerder dat je er niet van gediend bent als de coach of spelers je proberen te beïnvloeden of tegen je schelden of vloeken.

Na de wedstrijd

Papieren wedstrijdformulier:

  • De coach of aanvoerder vult de eindtijd en de totale score in.
  • Controleer of alles is ingevuld op het formulier.
  • Laat beide aanvoerders tekenen voor akkoord en teken het formulier zelf.
  • Geef het thuisspelende team de roze en de witte doorslag en het uitspelende team de gele doorslag.

DWF:

  • Laat de aanvoerder de setstanden invullen in het DWF
  • Controleer of het vinkje onder Uitgekomen achter de speler weggehaald is, als een speler niet heeft gespeeld (i.v.m. invalbeurten).
  • Vermeld eventuele straffen en opmerkingen op het DWF
  • Zorg dat beide aanvoerders een vinkje zetten voor akkoord en zet zelf een vinkje bij akkoord official en klik op versturen.