| 1. De basistraining Kenmerken: |
|
| 2. Opbouwtraining Kenmerken: |
|
| 3. Prestatietraining Kenmerken: |
|
| Dit doel bereik je aan de hand van de beginsituatie van de speelsters of pas je aan naar aanleiding van een wedstrijd. Om het nivo van een speelster te bepalen kijken we naar de volgende aspecten: |
||
| - - - - - |
Techniek In hoeverre beheerst de speelster de basistechnieken en eventuele bijzondere (nood) technieken Een basistechniek is bijvoorbeeld de bovenhandse techniek Taktiek Weet een speelster haar plaats in het veld, en die van een ander. Weet ze of dat de spelverdeelster van de tegenpartij een voor- of een achterspeelster is. Weet ze op wie ze moet serveren. Conditioneel Hoe is de basisconditie, de motoriek, hoe is haar coördinatie. Welke belasting is verantwoordelijk tijdens een training. Welke belasting is er voor wedstrijd nodig. Inbreng In welke mate heeft de speelster invloed op het team Neemt een speelster het initiatief. Motivatie Mentaliteit, aanwezigheid, gevoelens, interesses, (faal)angsten, en karakter spelen een rol in beoordeling van de motivatie van een speelster. |
|
| Als trainer moet je ook rekening houden met: |
|
| Voor de training zelf is het dus van belang om: |
|
| Bij coördinatie oefenvormen moet je met het volgende rekening houden: |
|
| A. Kern 1. Het aanlerend en/of oefenend gedeelte |
|
| B. Kern 2. Het toepassingsgedeelte (kan Game-like) |
|
| Om de training te vergemakkelijken of je te verzwaren kun je als trainer aan de volgende differentiaties denken: |
|
| Praktische zaken rondom de training | ||
| 1. De trainer let op het uiterlijk: | ||
o |
Goede sportkleding Zaalschoenen Geen kauwgom, chips of snoepgoed tijdens de training Geen sieraden en horloges laten dragen |
|
| 2. Het gedrag van de trainer: | ||
o |
Is actief, stimuleert, enthousiast en fantasierijk Hij moet duidelijk praten, kort en niet te snel Geeft duidelijk uitleg Kan de beweging voordoen Stelt zich positief op Is “voelbaar” in de groep Geeft het goede voorbeeld Kinderen moeten zich veilig voelen |
|
| 3. Verbeteren: | ||
o |
De trainer corrigeert positief, het doel hier van is de kinderen te helpen, niet om ze te kleineren of voor gek te zetten. De trainer verwacht niet te snel resultaat, heb geduld. De trainer geeft een goed, duidelijk en langzaam uitgevoerd voorbeeld, laat ook de kinderen het eens voordoen. De trainer verbetert sociaal, leer ze eerlijk spelen. De trainer verbetert ook mentaal, b.v. gedrag bij winst en verlies of bij concentratieverslapping |
|
| 4. Persoonlijkheid | ||
| o o |
Hartelijk, vriendelijk en met humor Verantwoordelijkheid t.a.v. spelsfeer en fair-play |
|
| 5. Organisatie: | ||
| o o o o o o |
Veiligheid nastreven t.a.v. materiaal, oefensituaties Overzicht blijven houden Eenvoudige organisatie is meestal het beste Geen ballen laten slingeren Korte wachttijden in oefeningen In groepjes laten werken |
|
| 6. Instructies en correctie tijdens het oefenen | ||
| o o o o o |
Altijd duidelijk voordoen, in aangepast tempo Vooral uitleggen “waarom” Stel open vragen aan de speelsters Iedereen mee laten doen Benader de niet goede dingen positief |
|
| 7. Tijdens de partijvormen | ||
o |
Spel leiden vraagt voortdurend om te spelen met de spelregels Ingrijpen zodra de goede sfeer dreigt verloren te gaan Groepen zelf laten kiezen, verantwoordelijk Groepen wijzigen als het spelevenwicht is verstoord Nooit zelf mee spelen! Ook de zwakkere in het spel betrekken |
|
| Vraag eens aan de kinderen: | ||
| o o o o |
Wat heb je geleerd? Wat ging er goed? Heb je plezier gehad? Ben je moe geworden? |
|
| Verder evalueren en noteren: | ||
| o o o o o |
Wie was er wel, en wie niet Wat hebben we gedaan Hoe ging het Welke speelsters vielen op Aandachtpunten voor de volgende training |
|
| Een goede training wordt door de jeugd als volgt ervaren: | ||
| o o o o o o o o o o o o |
Ik moet alles kunnen verstaan Ik snap waarmee ik bezig ben De trainer wordt niet boos als het mis gaat Ik mag meehelpen alles klaar te zetten Ik hoef nooit lang te wachten Ik mag gerust vragen stellen Ik voel me prettig en veilig Ik ben lekker moe na de training Ik mag wel eens iets voordoen De trainer luistert als ik iets vraag De trainer is duidelijk en eerlijk Ik vandaag weer veel geleerd |
|